Vocabulario Holandés Viajeros en Problemas



Déjeme en paz. Laat me met rust.
¡No me toque! Blijf van me af!  
Llamaré a la policía. Ik bel de politie.  
¡Policía! Politie!  
¡Alto! ¡Ladrón! Stop! Dief!  
Necesito su ayuda. Ik heb uw hulp nodig.  
Es una emergencia. Het is een noodgeval.  
Estoy perdido. Ik ben verdwaald.  
He perdido mi bolso. Ik heb mijn bagage verloren.  
He perdido mi billetera. Ik heb mijn portefeuille verloren.  
Estoy enfermo. Ik ben misselijk.  
Estoy herido. Ik ben gewond.  
Necesito un médico. Ik heb een dokter nodig.  
¿Me permite usar su teléfono? Mag ik uw telefoon gebruiken?  
No he hecho nada malo. Ik heb niks verkeerd gedaan.  
Fue un malentendido. Het was een misverstand.  
¿A dónde me lleva? Waar brengt u me heen?  
¿Estoy bajo arresto? Sta ik onder arrest?  
Soy un ciudadano español / mexicano / argentino. Ik ben een Spaans / Mexicaans / Argentijns staatsburger.  
Quiero hablar con el consulado español / mexicano / argentino. Ik wil met het Spaans / Mexicaans / Argentijns consulaat spreken.  
Quiero hablar con un abogado. Ik wil een advocaat spreken.  
¿Puedo simplemente pagar una multa ahora? Kan ik gewoon nu een boete betalen?